Bookbot

Ik zit vol grootse plannen

brieven

Salva

Parametri

  • 224pagine
  • 8 ore di lettura

Maggiori informazioni sul libro

Sergei Diaghilev leidde tussen 1909 en 1929 de belangrijkste theateronderneming van de twintigste eeuw: de Ballets Russses. Hij bracht kunstenaars als Picasso, Braque en Matisse samen met componisten als Stravinsky, Prokofjev, Ravel, Debussy en Strauss. De opera's en balletten die hij produceerde in Parijs en Londen veroorzaakten een revolutie in het theater. IK ZIT VOL GROOTSE PLANNEN bevat een groot deel van de vurige briefwisseling van Diaghilev met Stravinsky, brieven van en aan Poulenc, Ravel, Debussy en D'Annunzio, maar ook brieven van en aan Russische grootheden als Tsjechov en Tolstoj. Een rode draad vormt de ontroerende en soms dramatische briefwisseling met zijn jeugdvriend Alexandre Benois. Diaghilev blijkt een begenadigd en hartstochtelijk brievenschrijver, die nooit een blad voor de mond neemt. Dit boek is een wonderbaarlijk egodocument van een van de grootste en invloedrijkste persoonlijkheden van de twintigste eeuw.Uitgave ter gelegenheid van de tentoonstelling 'In dienst van Diaghilev' in het Groninger Museum, 11 december 2004 t/m 28 maart 2005.

Acquisto del libro

Ik zit vol grootse plannen, Otto Boele, Sjeng Scheijen

Lingua
Pubblicato
2004
Rilegatura
(Copertina rigida)
Ti avviseremo via email non appena lo rintracceremo.

Metodi di pagamento

Titolo
Ik zit vol grootse plannen
Sottotitolo
brieven
Lingua
Olandese
Pubblicato
2004
Formato
Copertina rigida
Pagine
224
ISBN10
903512748X
ISBN13
9789035127487
Serie
Descrizione
Sergei Diaghilev leidde tussen 1909 en 1929 de belangrijkste theateronderneming van de twintigste eeuw: de Ballets Russses. Hij bracht kunstenaars als Picasso, Braque en Matisse samen met componisten als Stravinsky, Prokofjev, Ravel, Debussy en Strauss. De opera's en balletten die hij produceerde in Parijs en Londen veroorzaakten een revolutie in het theater. IK ZIT VOL GROOTSE PLANNEN bevat een groot deel van de vurige briefwisseling van Diaghilev met Stravinsky, brieven van en aan Poulenc, Ravel, Debussy en D'Annunzio, maar ook brieven van en aan Russische grootheden als Tsjechov en Tolstoj. Een rode draad vormt de ontroerende en soms dramatische briefwisseling met zijn jeugdvriend Alexandre Benois. Diaghilev blijkt een begenadigd en hartstochtelijk brievenschrijver, die nooit een blad voor de mond neemt. Dit boek is een wonderbaarlijk egodocument van een van de grootste en invloedrijkste persoonlijkheden van de twintigste eeuw.Uitgave ter gelegenheid van de tentoonstelling 'In dienst van Diaghilev' in het Groninger Museum, 11 december 2004 t/m 28 maart 2005.