Questa serie si addentra nei miti e nelle leggende di un mondo in cui gli dei abitano i cieli, i demoni governano l'oltretomba e i mortali vivono nel mezzo. Segui i destini di individui le cui vite si intrecciano inestricabilmente con i capricci stravaganti e spesso crudeli di esseri potenti. Le narrazioni esplorano lo scontro tra i regni celesti, terrestri e infernali, sondando profondi misteri che possono alterare per sempre il tessuto stesso dell'esistenza.
Il protagonista del romanzo è Azhrarn, il Signore della Notte. Crudeltà e malvagità sono delle caratteristiche comuni a tutti i Signori delle Tenebre, e anche Azhrarn non fa difetto a questa regola. Accade però che, contrariamente a quelli che sono i suoi istinti, Azhrarn si troverà costretto ad immolare la propria vita per salvare l'umanità dall' odio che minaccia di distruggerla... Ma sarà poi morto per davvero?
In een wereld waar de aarde geen bol was en demonen in ijzeren paleizen onder de grond leefden, bevond zich de Onderaarde, met de Rivier van de Slaap en de stad Druhim Vanashta. Hier heerste Azhrarn, de Prins der Demonen en een van de Heren der Duisternis, die zowel gruwelen als wonderen kon brengen. Zijn tegenhanger, Uhlume, de zwarte meester van de Dood, regeerde de vreugdeloze Binnenaarde, waar slechts een koud grijs licht scheen en de bomen van steen waren. Uhlume's dienaren waren de zielen van mensen die zich eeuwen geleden aan hem hadden verkocht voor een onschatbare gunst. Een van deze zielen was Merh, de luipaardkoningin van Narasen, die haar maagdelijkheid aan een dode jongen schonk om haar verwoeste land te herstellen. Uit deze verbintenis werd een bizar kind geboren, dat na de dood van zijn moeder verstoten werd en door twee demonische onderdanen van Azhrarn werd opgenomen. Ze gaven hem de naam Simmu. Hiermee begint een nieuwe cyclus van mythologische vertellingen vol heroïek en erotiek, die het stormachtige leven van de betoverende jonge Simmu chronikeren.